(http://www.3sat.de/mediathek/?mode=play&obj=39039)

 

Recensie Biografieportaal:

Het heeft iets geruststellends om Adolf Hitler als een monstruositeit voor te stellen die vanwege zijn mislukte kunstenaarschap, pathologische moederbinding of onderdrukte homoseksuele geaardheid is uitgegroeid tot een icoon van het ultieme kwaad. Maar hoe kan dit “Versager-Image” ook maar enigszins zijn grote aantrekkingskracht op het Duitse volk in de jaren dertig van de twintigste eeuw verklaren? Eerdere biografen – Joachim Fest en Ian Kershaw voorop – maakten van Hitler een man zonder eigenschappen, die buiten zijn politieke bestaan een nobody was. Hitler is tot een karikatuur verworden. Volker Ullrich breekt in Adolf Hitler. Die Jahre des Aufstiegs 1889 – 1939 met deze traditie. Hij stelt – om het maar eens plat uit te drukken – “de mens Hitler” in zijn biografie centraal. Ullrich is geïnteresseerd in de zelfverwerkelijking van de Führer.

In zekere zin is Hitler de architect van zijn eigen mythe. “Er wollte sich als ein Politiker präsentieren, der, mit seiner Rolle als ‘Führer’ ganz identisch, allem privaten Glück, allen menslichen Bindungen entsagt habe, um sich seiner Mission zum Wohle des deutschen Volkes widmen zu können,” aldus Ullrich. Maar de man had wel degelijk zijn “Ersatzfamilien”. Hij was kind aan huis bij zijn hoffotograaf Heinrich Hoffmann, bij wie hij in 1929 de zeventienjarige Eva Braun leerde kennen. Hij kwam regelmatig bij de Goebbels over de vloer, al was het maar om in de nabijheid van Magda Quant te zijn, de echtgenote van zijn Gauleiter in Berlijn. Hij was een graag geziene gast bij de Wagners in Bayreuth en ging volgens Winifred “ganz rührend mit den Kinderen” om, met verhaaltjes voor het slapengaan en tochtjes in zijn Mercedes-Kompressor. Kortom, niets menselijks was hem vreemd.

Bij aanvang van de jaren twintig had Hitler zijn wereldbeeld afgerond, maar ook daarin stond hij niet alleen. “Wir sprachen auch von dem Typus des russischen Juden, des Führers der Weltbewegung, dieser sprengstoffhaften Mischung aus jüdischem Intellektual-Radikalismus und slawischer Christus-Schwärmerei. Eine Welt, die noch Selbsterhaltungsinstinkt besitzt, muss mit aller aufbietbaren Energie und standrechtlicher Kürze gegen diesen Menschenschlag vorgehen.“ Hitler in één van zijn lucide momenten? Nee, een dagboekaantekening van Thomas Mann uit 1919.


 

Recensie Willem Melching (Duitsland-deskundige aan de Universiteit van Amsterdam):

De gerenommeerde journalist Volker Ullrich, leerling van Fritz Fischer, heeft het eerste deel (tot en met 1939) van zijn vlot geschreven biografie van Hitler afgeleverd. Hij belooft dieper in te gaan op Hitler als mens, en dat doet hij ook. De vraag is altijd wat hoofdstukken als ‘Adolf Hitler und die Frauen’ aan onze inzichten in het nationaal-socialisme toevoegen. Naar mijn bescheiden mening volstrekt niets.

Wel interessant is dat Ullrich diep ingaat op de vraag wanneer en waarom Hitler antisemiet is geworden. Hij concludeert dat deze transformatie zich waarschijnlijk heeft voltrokken in de jaren 1918-1920 in München, en niet in Wenen vóór 1914, zoals Hitler zelf in Mein Kampf beweerde.

Ullrich gaat dan wel in op ‘de mens Hitler’, hij besteedt veel minder aandacht aan Hitler als ideoloog. De vraag waarom zoveel Duitsers bereid waren om op Hitler te stemmen en hem na 1933 in nog groteren getale trouw waren, verklaart Ullrich uit het herstel van de werkgelegenheid en de suggestie van de Volksgemeinschaft.

Modernere visies die het nationaal-socialisme als een politieke religie interpreteren blijven helaas ongenoemd. In de literatuurlijst is dan ook opmerkelijk weinig Engelstalige literatuur te vinden. Mosse, Gentile, Mayer en Griffin lijken zelfs niet eens te bestaan.

Soms is het verhaal ook wel héél gedetailleerd, al is het wel altijd helder en levendig verteld. Omdat Ullrich dicht op de bronnen blijft, is het boek ondanks deze bezwaren een nuttige en zeer leesbare aanvulling op de bestaande literatuur.