Oprispingen (eigen en andermans)

29. mei, 2016

Mr Airth, I presume?

23. mei, 2016

The river flows
The fish goes
The wind blows
And I'm cold

Kester mei 2016
26. mrt, 2016



It all goes smoothly
Till I hit the rock
that leads me to the other side of the world.
You eat sand in the desert
And then we head back
Through shark infested waters
And have a nice cup of tea when we get to the beach.

Kester
26. mrt, 2016


Through the jungle we go,
the misty night sets its eyes peering into you.
Now all these places at the eyes
you can not see them quickly, otherwise
you'll be blind, you'll be dead.
Hoogy lanya panya set.
Coonya sinya hookya panya poonya.
have I say,
you or me.
Choca mala waye dee peeti teeti tee
I want the world to be me.
The eyes are up me.
The seas are teeny.
Occamalawee I want you
Now look at this, look at that.
I wonder if this leaf holds a packa mala wa.
This leaf is sick, this leaf is ill,
this leaf is fine and this leaf is pale.
Ook yalla sanya panya wanya....
In a minute we'll be in the mango tree.

Kester
3. sep, 2015

 

Het voorlaatste hoofdstuk van Wim Daniëls’  De taal achterna heet ‘Het vinden van poëzie’. Hij vertelt daarin over een bezoek aan Zonnetij en de kant-en-klare poëzie die hij er uit de mond van enkele bewoners kon optekenen. Met toestemming van Wim neem ik hier een deel van dat hoofdstuk over.

 

"Zo liep ik op vrijdag 24 juli 2014 in Aarle-Rixtel wooncomplex Zonnetij binnen, dat deels een woon-zorgcomplex is. Ik kwam er binnen tijdens de gemeenschappelijke maaltijd van veel bewoners van het complex en van sommige mensen uit het dorp, om 12.00 uur ’s middags. Er waren zo’n dertig eters, denk ik. Ik mocht – hoewel ik onaangekondigd bezoek was – een bord soep mee-eten, waarbij ik kon kiezen uit aspergesoep en tomatensoep; ik koos voor aspergesoep, die gebonden bleek te zijn. In woon-zorgcomplexen is de soep vaak gebonden. Daar is een reden voor. U kunt hem raden. De meeste mensen die er zaten, kende ik. Ook de vrouw die me vertelde dat ze vanuit haar woonkamer uitzicht had op het kerkhof. Ik voer haar hier anoniem op, omdat ze ook liever anoniem wil blijven, denk ik. De volgende woorden die ze tegen me sprak, vormden zich onwillekeurig tot een gedicht, meteen toen ze werden uitgesproken. Vanzelfsprekend gaf de vrouw er geen titel bij, maar ik zou kiezen voor ‘Uitzicht op’. 

 

 

 

Uitzicht op

Ik woon tegen het kerkhof aan

Ik kijk erop uit

elke dag

opnieuw

ik zie ze liggen

oude buren

mensen uit de straat

als ik

straks zelf aan de beurt ben

kunnen ze me

zo

over de heg gooien

 

In de nabespreking van dit gedicht bleek dat de dichteres al besloten had dat ze na haar dood gecremeerd moet worden, zoals haar man, die al gecremeerd is, waardoor haar poëtische woorden deels fictie waren, zoals bij literatuur meestal het geval is. Het wás ook literatuur, want wat een krachtige woordkeuze was dat: ‘Ze kunnen me zo over de heg gooien.’ Dat soort dingen hoor je toch alleen in Aarle-Rixtel. En in Helmond. Er waren daar in Zonnetij meer dichters onder de eters, zoals Peter Wich, wiens dichtersnaam Peijer Wich is. Hij woont niet in Zonnetij maar komt er alleen tussen de middag eten. ‘De hen oast’, zo begon het gedicht waarmee hij mij begroette. Het was een dialectgedicht, dat had ik meteen in de gaten: ‘De hen oast’. Dat ‘oast’ is het woord ‘aast’, dat zich in het dialect van Aarle-Rixtel lastig laat opschrijven. Sommigen zouden voor ‘aost’ kiezen, met ‘ao’, anderen voor ‘òòst’. Ikzelf meen dat de beste weergave ‘oast’ is, met ‘oa’: ‘de hen oast’. En ‘azen’ is in dit geval dan voedsel met de snavel van de grond pikken. Maar dat leerde ik pas nadat de dichter zijn gedicht had voorgedragen.

 

De hen oast

Wim, witte gai

wa ze doarmi bedoele

asse dè over ’n kiep

zegge

de hen oast

hoe eest trouwus

mi alliejen Henk?

 

Het overkomt me vaak: dat mensen als ze tegen me beginnen te praten meteen een taalvraag hebben of enkele bijzondere woorden of zinnen die ze met me willen delen. ‘Wim, witte gai’ (Wim, weet jij) is daarbij het standaardbegin. Vaak volgt er dan iets waarvan ik nog nooit gehoord heb. Dat is ook beter dan wanneer ik het allemaal al wel zou weten. Dan zou de aandacht verflauwen. Bovendien weten de mensen die me aanspreken meestal zelf het antwoord al. Ze willen alleen maar weten of ik het ook weet. Ik zou het gedicht van Peijer Wich hier in het Algemeen Nederlands kunnen omzetten, maar dat doe ik niet. Er zou te veel van de poëtische kracht verloren gaan. Ten tijde van het uitspreken van het gedicht door dichter Wich ging het overigens goed met mijn broer Henk. Ik was die vrijdagmiddag iets meer dan een halfuur in Zonnetij, niet erg lang, maar ik hoorde er wel een stuk of zes of zeven gedichten, het ene nog prachtiger dan het andere. Het was alsof daar, in Zonnetij, geen hongerig eetgezelschap zat maar een dichterscollectief. Misschien is het een goed advies voor iedereen die zelf ook zulke mooie gedichten wil horen: breng eens een bezoek aan een wozoco, een woon-zorgcomplex, een verpleeghuis of iets van dien aard, iets in ieder geval waar mensen bij elkaar zijn die uitzicht hebben op het kerkhof.’Tegen aspirant-dichters zeg ik vaak dat poëzie op straat ligt. Hij is daar voor het oprapen."

http://pauwenwitteman.vara.nl/media/321843)